| Biografie (Nederlands) |
|
|
![]() In 1974 debuteerde hij, met veel succes, bij de Berliner Festwochen ("Die Erprobung des Petros Hebraicus"-Henry Pousseur. Naar aanleiding hiervan nodigde Maurizio Kagel hem uit voor de wereldpremières van "Mare Nostrum" (Berlijn, Parijs, Avignon) en "Die Umkehrung Amerika's" (Prix Italia!).
Intendant Hans de Roo (Ned. Opera Stichting) had een belcanto rol ("Maria Stuarda"- Donizetti) voor de "avant-gardist" in petto! Naast o.a. Joan Sutherland (titelrol) zong hij de rol van de biechtvader "Talbot".
1977 werd het begin van een glansrijke operacarrière. Na zijn "American Debut" in San Diego (Verdi's "Falstaff" regie: Tito Capobianco), volgden New York City Opera (Menotti's -"La Loca"met Beverly Sills), "Don Giovanni" en Verdi's "Nabucco" met Grace Bumbry als "Abigaile".
Via Los Angeles en Toronto (Ambroise Thomas - "Hamlet" met Dame Joan Sutherland als "Ophelia"), bouwde hij aan zijn zangersloopbaan.
John Bröcheler's eerste LP met o.a. Schumann's "Dichterliebe" (Tan Crone klavier), werd bekroond met de "Preis der Deutschen Schallplatten Kritik". Naar aanleiding hiervan werd hij overladen met Europese opera- en concertaanbiedingen.
Michael Gielen haalde hem naar Frankfurt ("Amfortas" in "Parsifal"). De opera van Stuttgart smeekte hem de haast onzingbare rol van de "Stadthalter" (Hans-Wemer Henze - "König Hirsch") op zich te nemen. Wolfgang Sawallisch (Bayrische Staatsoper München) bood hem een schitterend gastcontract aan. Dit resulteerde in de volgende succesvolle premières: Hindemith's - "Mathis der Maler" en Von Einem's "Dantons Tod". Grote Duitse baritonrollen zoals "Borromeo" (Pfitzner - "Palestrina") en "Jupiter"(Richard Strauss - "Die Liebe der Danae") werden met een minimum aan repetities door auditorium en pers aldaar bejubeld.
Zijn thuishaven Amsterdam beleefde met hem in Alban Berg's "Wozzeck" een absoluut hoogtepunt (Haenchen/Dekker). Daarom nodigde Claudio Abbado hem uit deze titelrol ook in de Berliner Philharmoniet e vertolken.
Inmiddels had hij reeds in 1984, n.a.v. het 5O-jarig jubileum van het Glyndebourne Festival, zijn internationale carrière bevestigd ("Arabella"- R. Strauss - Haitink/Cox)!. Na optredens in Parijs ("Salomé", "Elektra"), Genève ("Pique Dame" en "Arabella") en nota bene een "Elias"-uitvoering met Sawallisch in Rome, vroeg Claudio Abbado hem "Golaud" te zingen ("Pelléas et Mélisande"- Debussy) aan de Scala van Milaan.
Na dit opera-mekka volgde de réprise aan de Wiener Staatsoper. Gérard Mortier bleef Bröcheler trouw en nodigde hem diverse seizoenen uit in Salzburg o.a. "Dr. Schön"- ("Lulu"), "Orest" ("Elektra") en "Musikmeister" ("Aradne auf Naxos").
Een "Mahler-trip" met de veel te vroeg overleden Giuseppe Sinopoli door Israël, was de aanleiding voor de latere CD productie "Lieder eines fahrenden Gesellen" (Schönberg Ensemble) en "Des Knaben Wunderhorn" (Roberto Benzi).
Hartmut Haenchen was de grote animator voor een "Ring avontuur" in Amsterdam (Haenchen/Audi). "Wotan" wandelde via Frankfurt en Bonn naar Adelaide (Australie) en triomfeerde aldaar op een nog ongekende wijze (Asher Fisch- Elke Neidhardt)!! Inmiddels had de "Lear"-productie (Aribert Reimann) in Amsterdam en Dresden de frontpagina van de "Opern-Welt" gehaald! Zeer recentelijk beleefde hij triomfen o.l.v. Edo de Waart met het Hong Kong Philharmonic Orchestra, in een concertante uitvoering van "Salomé"(R. Strauss). |